Basles.be » Lessen » Toonaarden bepalen
Toonaarden bepalen
Er zijn verschillende manieren om een toonaard te bepalen.

1. De Voortekening

Van de voortekening kan je een majeur of mineur toonladder afleiden.

- Kruisen:
Bij toonaarden met kruisen tel je een halve toon bij de laatste kruis om de majeurtoonaard te bekomen. De majeur toonaard min 1½ toon is de mineur toonaard.

Vb)

basles

Aan de voortekening staan staan 3 kruisen, nl F#, C#, G#.
Tel een halve toon bij de laatste kruis om de majeur toonladder te bepalen: G# + ½ toon = A.

Om de mineur toonaard te bepalen zoeken we eerst de majeur toonaard en trekken we 1½ toon af van het bekomen resultaat: A - 1½ toon = F#.

Een stuk met 3 kruisen aan de voortekening kan dus in A majeur of F# mineur staan.

- Mollen:
Bij toonaarden met mollen moeten we iets anders te werk gaan. De voorlaatste mol bepaalt de majeur toonaard. De mineur toonaard bekomen we terug door anderhalve toon af te trekken.

Vb)

baslessen

Aan de voortekening staan 4 mollen, nl Bb, Eb, Ab en Db.
Om de majeur toonladder te bepalen neem je de voorlaatste mol: in bovenstaand voorbeeld is dit Ab.

Om de mineur toonaard te bepalen zoeken we eerst de majeur toonaard en trekken we 1½ toon af van het bekomen resultaat: Ab - 1½ toon = F.

Een stuk met 4 mollen aan de voortekening kan dus in Ab majeur of F mineur staan.


2. De slotnoot

In vele muziekstukken eindigt de melodie op de grondnoot. Eindigt de melodie bvb op een la (A) dan kan men er in de meeste gevallen van uit gaan dat het stuk in A mineur of A majeur staat.


3. Het slotakkoord

Bij de meeste stukken kunnen we de toonaard ook bepalen door het slotakkoord. Eindigt het stuk op bvb Cmaj, dan kan je er bijna zeker van zijn dat het stuk in Do (C) majeur staat.


Conclusie

De beste manier om een toonaard te bepalen is een combinatie van de 3 bovenstaande manieren.

Voorbeeld 1:

toonaarden bepalen

- De voortekening: 1 kruis, het stuk staat in G majeur of E mineur
- De slotnoot: de slotnoot is sol (G)
- Het slotakkoord: Het slotakkoord is Gmaj

We kunnen dus met grote zekerheid concluderen dat bovenstaand stuk in G majeur staat.

Voorbeeld 2:

Toonaarden bepalen

- De voortekening: 5 mollen, het stuk staat in Db majeur of Bb mineur
- De slotnoot: de slotnoot is si mol (Bb)
- Het slotakkoord: Het slotakkoord is Bbmin

Dit stuk staat zo goed als zeker in Bb mineur.